Op 10 december 2014 is op het kantoor van Fugro te Leidschendam door de F3O
een workshop ‘negatieve kleef bij bestaande houten paalfunderingen’
georganiseerd. De belangstelling was groot, meer dan 30 deelnemers met
verschillende achtergronden hadden zich hiervoor aangemeld. Naast algemene
presentaties over de theoretische achtergrond hiervan alsmede praktijkgevallen
werd tijdens deze workshop (op basis van een aantal stellingen) met name
gediscussieerd over wanneer negatief kleef op palen een belangrijke rol speelt,
hoe je problemen met negatieve kleef kan herkennen en wanneer en in welke
mate negatieve kleef bij toetsing van een bestaande fundering in rekening
gebracht moet worden, en of dat regio-afhankelijk is. De discussie liet zien dat
negatieve kleef eigenlijk alleen een belangrijke rol kan spelen als er sprake is van
doorgaande maaiveldzakkingen in combinatie met funderingen van voor circa
1950. Onderzoek naar de historie van het gebied is hierbij van belang. Negatieve
kleef kan hierbij leiden tot ontoelaatbare scheefstand, schade door bv.
scheurvorming en problemen met aansluiting met belendingen en de openbare
ruimte en kabels en leidingen. Indien er in het pand sprake is van beperkte
belastingverhoging door bv. renovatie en/ of functiewijziging, dient negatieve kleef
alleen in rekening te worden gebracht als het pand niet of nauwelijks zakt en het
omliggende maaiveld bij. Indien er geen sprake is van maaiveldzakking is toetsing
aan negatieve kleef niet nodig. In alle gevallen dient wel de toelaatbare vervorming
te worden getoetst. In gebieden waarbij zowel sprake is van doorgaande
maaiveldzakkingen en zakking van panden is een extra belasting over het
algemeen niet toelaatbaar. Een aanbeveling is om gebieden waar negatieve kleef
mogelijk een probleem is zowel de zakking van het maaiveld als panden over
langere tijd regelmatig (bv. 1x per jaar) te monitoren. Daarnaast is het wenselijk
meer inzicht te krijgen het in het fenomeen negatieve kleef, de
berekeningsmethode, maar ook meer inzicht in de toetsing van vervormingen. Met
name voor assetmanagers van bv. woningbouwverenigingen, gemeente en
waterschappen is dit waardevol.